1942

Omgekomen inwoners Laren

Verzet en Jodenvervolging

Het verzet in Nederland tegen de Duitse bezetting nam toe. Ook in Laren vielen vanaf 1942 meer slachtoffers onder de verzetsstrijders.

De Duitse bezetters begonnen vrijwel direct met het nemen van maatregelen tegen Joden. Zo werden in november 1940 de joodse ambtenaren ontslagen. In 1941 kreeg iedereen een identificatieplicht met een persoonsbewijs, voor de Joden was op het persoonsbewijs een grote J gestempeld. Daarnaast kregen Joden zogenaamde "rechten", er kwam een Joodse Raad en een Joodse Schouwburg. Hiermee kregen Joden de illusie dat ze nog rechten hadden.

Op 19 mei 1941 nam de top van het Duitse Reichskommissariat Niederlande (Arthur Seyss-Inquart en zijn vier Generalkommissaren) het besluit dat alle Joden uit Nederland zouden moeten verdwijnen. Hun totale vermogen zou onder leiding van de Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft als sluitstuk van de uitplundering van de Joden worden gevorderd om de operatie te betalen. De Joden zouden dus hun eigen deportatie moeten betalen.


Er kwamen steeds meer discriminerende maatregelen tegen Joden. Zo werd in 1941 de Nederlandsche Kultuurkamer opgericht voor kunstenaars, waarvan Joden geen lid mochten worden, zodat ze hun beroep ook niet meer mochten uitvoeren. Vanaf zondag 3 mei 1942 moesten alle Joden in Nederland een Jodenster gaan dragen.


Vanaf 1942 kwamen de razzia's op gang. Sommige Nederlanders namen Joodse onderduikers in huis op, maar anderen, onder wie veel leden van de Duitsgezinde Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), hielpen de Duitsers juist bij de opsporing en arrestatie van Joden. Sommigen deden dit in het kader van hun werk bijvoorbeeld binnen de politie, anderen uit angst of onverschilligheid, weer anderen in ruil voor geld.

De meesten van de Joden werden vermoord, in vernietigingskampen vergast, doodgemarteld, verhongerd of op andere wijze om het leven gebracht. Andere verwaarloosde en uitgeputte gevangenen werden het slachtoffer van besmettelijke ziektes zoals tyfus.


Niet alle Joodse en niet-Joodse Nederlanders hebben de Holocaust zonder slag of stoot laten gebeuren. Het verzet kwam wel neer op individuen. Zij die Joden bij zich thuis lieten onderduiken, liepen daarbij grote risico's voor hun eigen bestaan. Ook onder hen zijn Larense slachtoffers gevallen.

Veel Larense Joodse gezinnen werden gedwongen te verhuizen naar Amsterdam, waar ze onder het bewind van de Joodse Raad kwamen.

Willem de Boer

Geboren: Amsterdam, 16 juli 1908

Overleden: Oraniënburg/Sachenhausen, 11 mei 1942

Bereikte de leeftijd van 33 jaar

Gehuwd en vader van drie kinderen

Beroep: Handelsvertegenwoordiger

Willem was lid van de OG Groep (lid van ondergronds verzet) te Naarden-Bussum en werd gearresteerd wegens spionage en verzamelen van wapens. Hij zat van 14 januari 1942 tot en met april 1942 in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen. Zijn vonnis luidde: Ter dood veroordeeld!


Op 4 mei 1942 schreef burgemeester Van Nispen in het Duits een brief naar de “Wehrmachtsbefehlfurer” dat de echtgenote van de Boer bij hem gekomen was, met de mededeling dat haar man ter dood veroordeeld was. Van Nispen kon niet beoordelen of dit terecht was, maar gaf aan dat De Boer in de 3 jaar dat hij Laren woonde een goede echtgenoot en vader voor de 3 kinderen was geweest. Hij ondersteunde hiermee het genadeverzoek van de echtgenote.


Het heeft niet mogen baten want 7 dagen later is hij overleden.


Maker van het naambordje: Yvonne van Wegen


Siegfried Immerdauer

Geboren: Lemberg, 24 januari 1890

Overleden: Trobitz, 25 april 1945

Beroep: Koopman

Siegried trouwt op 15 juli 1927 te Wenen met Leny Hartogs.

Per 31 oktober 1938 staan Siegfried en Leny ingeschreven in de Gemeente Den Haag op de Badhuisweg 30. Zij woonden op de Rijksweg Oost 18 te Laren en moesten van de Duitsers in 1942 van Laren naar Amsterdam verhuizen, waar ze onder het bewind van de Joodse Raad vielen.


Zij gingen op transport naar Bergen-Belsen. Begin april 1945 werden de gevangenen uit het concentratiekamp Bergen-Belsen overgebracht naar het concentratiekamp Theresienstadt. Een van de drie daarvoor gebruikte treinen is bij het dorp Tröbitz door het Russische leger bevrijd. Vele inzittenden hebben deze treinreis niet overleefd.


Van de in de trein omgekomen personen zijn 26 op 26 april 1945 in een gezamenlijk graf begraven. Dit gemeenschappelijke graf ligt aan de Dobrilugkerstraat bij de spoorwegovergang naast het baanwachterhuisje ‘Grube Hansa’. Siegfried Immerdauer is in dit gemeenschappelijke graf ter aarde besteld.


Maker van het naambordje: Elize van der Werff


Salomon Elias de Jongh

Geboren: Amsterdam, 19 september 1891

Overleden: Sobibor, 23 april 1943

Bereikte de leeftijd van 51 jaar

Beroep: Koopman in textiel

Anna de Jongh - Citroen

Geboren: Amsterdam, 4 december 1889

Overleden: Auschwitz, 11 februari 1944

Bereikte de leeftijd van 54 jaar

Salomon werd geboren op de Weesperstraat 62 in Amsterdam. Hij was de zoon van Eliazer Salomon de Jongh en Betje Franco.

Anna werd geboren op de Warmoesstraat 167 te Amsterdam. Zij was de dochter van Louis Citroen en Rosetta van Crevel. Vader Louis was commissionair en zat samen met zijn inwonende jongere broer Theodore Citroen in de handel. Het oudste kind Arnold werd op 6-9-1888 in Amsterdam geboren; gevolgd door Anna in 1889.

Het echtpaar de Jongh heeft gedurende de oorlog op verschillende adressen gezeten. In februari 1941: Torenlaan 58, Laren (villa De Phoenix)[1]. Daarna hebben ze ingewoond op de Engweg 21, villa ‘De Heidaal’ bij het echtpaar Polak-Nijkerk, journalist, vakbondsbestuurder en politicus. Op mei 1941 werd de villa ontruimd door de Duitse Wehrmacht[2].

In december 1941 deed Anna Citroen aangifte van ontvreemding van eigendommen door de Wehrmacht uit haar geconfisqueerde woning.


[1] Deze vermelding staat ook in het adresboek van Laren 1940

[2] Politie dag- en nachtrapporten Laren


Maker van het naambordje: Chris Bogaers en Karen van den Berg

Gozewin Hendrik Gerard (Gosse) Ras

Geboren: Amsterdam, 27 augustus 1914

Overleden: Mauthausen, 7 september 1944

Bereikte de leeftijd van 30 jaar

Beroep: reserve-tweede luitenant

Op 28 mei 1941 is Gozewijn Hendrik Gerard Ras gerekruteerd in Engeland. Rang: Tijdelijk benoemd reserve-tweede luitenant voor algemene dienst. Eenheid: N Section, Special Operations Executive (SOE), British Government


Hij is in het kader van het Engelandspiel gedropt op 29 maart 1942 door de geallieerden achter de linies in Nederland bij Rijssen.

Op 1 mei 1942 is Gozewijn Hendrik Gerard Ras gearresteerd in Utrecht.

Vanaf 2 mei 1942 zat hij gevangen in Kamp Haaren. Vanaf 3 september 1944 zat hij gevangen in Mauthausen (Duitsland). Op 7 september 1944 is hij daar omgekomen.

Hij heeft op 2 mei 1953 postuum het Bronzen Grootkruis ontvangen.

"Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden als agent van een geheime inlichtingendienst, die hem tijdens de jaren 1940-1945 uitzond naar door de vijand bezet gebied, alwaar hij onder uiterst moeilijke omstandigheden een levensgevaarlijke taak had te vervullen, die door vijandelijke tegenactie tot zijn dood leidde."

Tussen 1942 en 1943 werden Nederlandse geheim agenten door de geallieerden boven Nederland gedropt. Direct daarna werden zij door de bezetter gearresteerd. Niemand weet hoeveel Engelandvaarders er in totaal zijn geweest, men schat het aantal op 1.700. Onder hen waren minimaal 48 vrouwen. Dit zogeheten 'Englandspiel' was een contraspionagecomplot van de bezetter.


Op een nacht in november 1941 werden twee Nederlandse agenten (in dienst van de Britten) per parachute boven Nederland afgeworpen. Vier maanden later is een van hen door de bezetter gearresteerd.


Hij moest naar Engeland seinen dat hij veilig was aangekomen. De bezetter wist echter niet dat de agent een speciale code gebruikte, voor het geval hij gepakt zou worden. De Britten merkten deze code echter niet op en zonden een nieuwe geheim agent naar Nederland, die ook door de bezetter werd opgepakt. Ook hij moest naar Engeland seinen dat alles veilig was. Dit 'Englandspiel' herhaalde zich tot 1943.


Op 29 augustus wisten twee Nederlandse agenten, Ben Ubbink en Pieter Dourlein, uit het gijzelaarskamp Haaren te ontsnapten. Eenmaal terug in Engeland hebben zij de ware gang van zaken uiteengezet.


Van de Engelandvaarders die als geheim agent weer terug naar Nederland gingen, zijn 46 slachtoffer van het Englandspiel geworden. Zij werden aanvankelijk naar Haaren gebracht. Later werden de gevangenen naar Mauthausen overgebracht, waar in totaal minstens 44 geheime agenten overleden.


Maker van het naambordje en motivatie: Elize van der Werff,

Hij was geheim agent , Engelandvaarder, ik moet aan 007 denken en probeer hem een beetje zo af te beelden, een beetje nonchalant om te zien, maar iemand die het ondertussen wel allemaal doet, stoer hoor.


Henri Mozes Son

Geboren: Rotterdam, 28 september 1880

Overleden: Monowitz, 1 oktober 1942

Bereikte de leeftijd van 62 jaar

Beroep: Musicus

Marianne Son - de Hoop

Geboren: Rotterdam, 14 februari 1875

Overleden: Monowitz, 1 oktober 1942

Bereikte de leeftijd van 67 jaar

Gehuwd: 3 mei 1904 Den Haag

Henri Mozes Son stond bekend als Harry Son, eerste cellist van het Budapest strijkkwartet, dat van 1917-1967 bestaan heeft. Hij verliet het kwartet na een conflict in 1930.


Toen hij het strijkkwartet verliet aanvaarde hij een benoeming als leraar aan het Klindworth-Schwarwenka Conservatorium in Berlijn alvorens naar Palestina te emigreren. Via Palestina keerde hij kort voor de oorlog naar Nederland terug.


Zij zijn bij een razzia in Amsterdam opgepakt en naar Kdo. Auschwitz III-Monowitz in Polen gestuurd. Dit was een concentratie- en werkkamp en subkamp van Auschwitz.

De Bel 13-10-1940


Maker van het naambordje: Leo Janssen